Boeken lezen en zoeken

Tekst:   Boek:Hfs:

16678 resultaten - Pagina 1075 van 1112

...  1063 - 1064 - 1065 - 1066 - 1067 - 1068 - 1069 - 1070 - 1071 - 1072 - 1073 - 1074 - 1075 - 1076 - 1077 - 1078 - 1079 - 1080 - 1081 - 1082 - 1083 - 1084 - 1085 - 1086 - 1087 - 1088  ...
[16] Zo'n geest, die zich op deze manier liefdevol met de levensvonkjes in de nieuwe vruchtafzettingen heeft verenigd, wordt, nadat de vrucht rijp is geworden, etherisch vrij. Hij gaat volgens Mijn eeuwige ordening in een hoger, intelligenter wezen over en dat gaat zo door, tot hij uiteindelijk in de mens zelf komt.
Hoofdstuk 6: Het leven van de boom - Jakob Lorber - Geheimen der natuur
[17] Zijn namelijk door zo'n boom, die een materiële verlossingsinrichting is, zoveel mogelijk natuurgeesten verlost en hebben deze verloste geesten in hun etherische vrijheid uit de meest verschillende bomen en gewassen zich liefdevol verenigd, zodat ze een geest met een hogere intelligentie zijn geworden, dan worden zulke geesten inde dierenwereld overgebracht om tot een tweedetrap van ontwikkeling te komen.
Hoofdstuk 6: Het leven van de boom - Jakob Lorber - Geheimen der natuur
[18] Verenigen zich dan weer zulke geesten uit de dierenwereld in lief de tot één geest, dan is zo'n geest in staat tot een hogere trap op te stijgen en als een eenvoudige geest ( en wel als 'ziel ') in een mens te worden gelegd. Van hieruit kan hij dan na zijn rijping zelfstandig en vrij werkend naar buiten treden om zijn eeuwig liefhebbende Oerbron te aanschouwen. Zo'n geest zal nooit iets met de materie te maken hebben. Alleen met de in de mens weer boos geworden geesten, waarbij geen op verstandige wijze toegepast liefde middel iets uitwerkt, wordt weer een gelijksoortige langdurige weg ingeslagen.
Hoofdstuk 6: Het leven van de boom - Jakob Lorber - Geheimen der natuur
[14] Het ontstaan van zo'n boom is heel eenvoudig. Het zaadje in de aarde roept een in de materie verbannen geest (natuurgeest) naar zich toe en sluit hem in zich. Daardoor krijgt zo'n geest de eerste opwekking tot leven en de meest eenvoudige intelligentie. Omdat hij in de grond van de zaak boos* (* Oorsprong uit Lucifer) is, wil hij dat levensvonkje, dat uit de barmhartige liefde van God is ingeblazen, dadelijk moordlustig bemachtigen, maar dit levensvonkje ontwijkt zijn vervolging steeds. Daarom zoekt deze geest dan steeds aan hem gelijkstaande delen of geesten** (** Ziele intelligenties.) op in de aarde en vergroot zich daardoor zichtbaar, zoals men aan een opgroeiende boom kan zien. Dit groeien van de boom geschiedt juist door het moordlustige streven van deze ontbonden geest of liever van een heellegioen van zulke geesten.
Hoofdstuk 6: Het leven van de boom - Jakob Lorber - Geheimen der natuur
[4] En ze hebben ook nog dit voordeel, dat, terwijl hun geestelijk deel zich rustig verder ontwikkelt, hun materiële huls, die bestaat uit talloze zachte hulsjes, waarin in elk een hogere levensvonk is ingesloten, aan hogere levende wezens eerst tot voedsel van het lichaam, en daardoor ook tot voeding en ontwikkeling van de ziel dient.
Hoofdstuk 7: Het evangelie van de wijnstok - Jakob Lorber - Geheimen der natuur
[6] De pit van de druif is zo gevormd, dat hij in het midden van de bes als een kind in het moederlichaam groeit en tesamen met de bes rijper wordt. Hierin stijgt door het merg van de wijnrank in een fijner dan spinrag geweven haarvaatje een etherisch vurig sap omhoog, waarmee het binnenste hulsje van de pit wordt gevuld. Dit hulsje is zo klein dat het maar een tienduizendste deel van de grootte van de olieachtige pit inneemt, en dat wordt dus met deze vurige substantie gevuld. Dan wordt het haarvaatje afgesnoerd en vanuit dit buisje vormen zich dan meerdere kleine zijkanalen en deze omgeven, als het ware er omheen gewonden, het hulsje met genoemde olieachtige substantie, die daardoor olieachtig zoet wordt, omdat ze uit de edeler geestelijke substanties werd gevormd, die vroeger al in de lagere plantenwereld was gerijpt.
Hoofdstuk 7: Het evangelie van de wijnstok - Jakob Lorber - Geheimen der natuur
[8] Daar gedurende de korte tijdsperiode van de samensnoeringen de sappen zich over de hele lengte van het buisje hebben verdicht, barsten de sappen er uit op de plaats waar het buisje het zwakst is en dat is onder het samengesnoerde punt. De verdichte vurige sappen verdringen zich dan in liefde ijverend om hun middelpunt. Als de pit nu enigermate de nodige vastheid heeft bereikt en de nog altijd opstijgende sappen slechts op hetzelfde sap stoten en niet meer de warmte van het innerlijke levensvonkje voelen, dan doorbreken deze sappen dit kanaal en omspinnen de pit als een rups haar pop. Tegelijkertijd wordt door de buitenste, grovere kanalen, die in de wijnrank opstijgen, een grotere huls gevormd en dat alles gebeurt natuurlijk door de eenvoudige intelligentie van de in zo'n plant wonende geesten. Als deze grovere huls* (* De bes, druif.) nu een bepaalde vastheid heeft bereikt, barsten de edelere vaten, die de pit omgeven, en vloeien dan in een zoetig, geestelijk sap in deze huls. Daar deze huls oorspronkelijk ook door sappen wordt gevormd, die vanuit haar natuur zuur moeten zijn, omdat de vrucht of liever de schil vast moet worden, komen binnen deze schil aanvankelijk twee soorten sappen samen, namelijk een wrang en een zoet sap; daardoor komt het ook dat een onrijpe bes erg zuur smaakt.
Hoofdstuk 7: Het evangelie van de wijnstok - Jakob Lorber - Geheimen der natuur
[17] Als ze het levensvonkje daar ook niet gevonden hebben, willen ze met hun eenvoudige intelligentie zich in alle richtingen begeven om het vonkje te vinden. Daarom breiden ze zich in alle richtingen netvormig uit en maken naar onderen veel uitlopers, waardoor de haren onder het blad worden gevormd. Door dit zoeken vullen ze dan ook de tussenruimten met hun substantie.
Hoofdstuk 7: Het evangelie van de wijnstok - Jakob Lorber - Geheimen der natuur
[20] Deze bladeren Iaat het levensvonkje daarom ontstaan, opdat ten eerste zijn verdere ontwikkeling in een koele schaduw kan plaats vinden en ten tweede zuigt het dan zelf voor de vorming van het sap, dat zijn pit omgeeft, uit de uit Mijn (genade)zon stromende lichtzee de etherische stof in zich op; daaruit bestaat eigenlijk de viervoudige zegen.
Hoofdstuk 7: Het evangelie van de wijnstok - Jakob Lorber - Geheimen der natuur
[11] Deze hechtranken ontstaan weliswaar op dezelfde manier als de druif zelf, maar de natuurgeesten hadden nog te weinig liefde in zich, en daardoor ook te weinig leven om een vrucht te vormen. Als ze nu volgroeid zijn en merken, dat in hen geen leven is om een vrucht te vormen -en dat eigenlijk vanwege een soort zorgeloosheid -dan denken ze met hun eenvoudige intelligentie, dat het levensvonkje als het ware van hen is weggelopen. Ze strekken zich zo ver mogelijk uit en als ze dan iets voelen, geloven ze in hun blindheid, dat ze het leven hebben gevonden, omwikkelen het dan op dezelfde manier als waarop de vaatjes de pit omhullen en laten het niet meer los. Maar het blijkt nu, dat ze bij het zover weggrijpen in plaats van het levende dood met hun armen hebben omwonden en daaraan sterven ze zelf.
Hoofdstuk 7: Het evangelie van de wijnstok - Jakob Lorber - Geheimen der natuur
[5] Er zijn er, die meer bescheiden zij n in hun ijver. Deze doen de wervelwinden of windhozen ontstaan. Maar de anderen zijn ongetemder in hun vreugde, zij ontbranden dan in hun ijver en uiten zich dan als zogenaamde vuurwervels of vuurhozen.
Hoofdstuk 8: Het ontstaan van de wervelwinden - Jakob Lorber - Geheimen der natuur
[6] Als deze wervels zich nu met alles wat ze op hun weg tegengekomen zijn hebben verenigd, dan vindt in een wijde omtrek door die ongelooflijk snelle ronddraaiingen een grote bevrijding van de materie plaats. Of het nu zand, stenen, dieren, gereedschappen en dergelijke zijn, alles wordt op de plek waar die grote verlossing plaatsvindt, tot een berg samengebracht.
Hoofdstuk 8: Het ontstaan van de wervelwinden - Jakob Lorber - Geheimen der natuur
[12] Dit is een kleine wenk. Als iemand zijn innerlijk buiten beschouwing laat en alleen maar gelooft de volheid van het leven te moeten zoeken in de ver uitgestrekte scheppingsruimte, dan strekt hij eveneens zijn ogen en armen ver uit naar de dood; en Ik leer toch door dagelijkse ervaring duidelijk aan iedereen, dat de wereld steeds mooier, heerlijker en verlichter wordt, naarmate men verder van haar verwijderd is. Daar kan ook een panorama van getuigen; naar een ver verwijderd gebergte kijkt men vaak met aandacht en genoegen. Maar hoe is het, als men zelf dat gebergte heeft bereikt en men vindt daar niets moois en ook geen ander genoegen dan alleen maar het vergezicht op nog verder af gelegen streken? Daarin ligt het ook, dat, hoe meer men zich van de wereld afwendt en zich als het ware van haar verwijdert, des te mooier, verlichter en doorzichtiger zij ons voorkomt; pas dan heeft hij, die Mijn werken beschouwt en er acht op slaat, daaraan echte vreugde.
Hoofdstuk 7: Het evangelie van de wijnstok - Jakob Lorber - Geheimen der natuur
[16] Het streven naar Mijn in het zaadje gelegde levensvonkje heeft hier al veel levendiger plaats, zoals reeds bij het groeien van de boom werd uiteengezet*. (* Zie het leven van de boom.) Als nu de arglistige natuurgeesten bemerken dat dit vonkje in de centrale vaten opstijgt, volgen ze allen snel dit vonkje in deze kleine stengels. Maar zodra het vonkje dan een zekere hoogte heeft bereikt, slingert het zich bliksemsnel om de zijtakken van deze dwaze geesten. Deze rennen echter desondanks het vonkje na en weten door de vele krommingen van het hoofdorgaan niet, waarheen het vonkje is gegaan. Ze zoeken het daarom op de plaats waar de wijnstok een lid heeft gevormd, schieten hier met kracht uit de stam en vormen op deze manier de steel van het blad.
Hoofdstuk 7: Het evangelie van de wijnstok - Jakob Lorber - Geheimen der natuur
[1] De materie is niets anders dan een school ter verdeemoediging van de hoogmoedige geesten. Het water is in zijn zuivere bestanddelen een genadevloed uit Mijn erbarmende Liefde. Het licht van de zon is wat betreft het licht geven afkomstig uit Mijn genade, en de warmte komt voort uit Mijn Liefde.* (* Dit begin is de sleutel tot het begrijpen van de diepe betekenis van die geweldige natuurgebeurtenissen, waarin de mens slechts catastrofen en vernietiging meent te zien. Lorber daarentegen schildert deze gebeurtenissen als een geestelijk verlossingsproces van ontzaglijke dynamiek.) Daarom ook zijn die diertjes die uit het licht ontspringen ** (**, Lichtatomen en lichtmonaden.) niets anders dan de dragers van Mij n liefde en genade, die vanaf Mijn hoogte tot de materiële diepte van de aarde neerdaalt. Ze zij n niets anders dan talloze tot leven brengende liefde deeltjes, die uit Mij stromen om op deze manier de dode geesten weer tot leven te brengen.
Hoofdstuk 8: Het ontstaan van de wervelwinden - Jakob Lorber - Geheimen der natuur
...  1063 - 1064 - 1065 - 1066 - 1067 - 1068 - 1069 - 1070 - 1071 - 1072 - 1073 - 1074 - 1075 - 1076 - 1077 - 1078 - 1079 - 1080 - 1081 - 1082 - 1083 - 1084 - 1085 - 1086 - 1087 - 1088  ...